Sinds jaar en dag ben ik gebiologeerd door Carl Gustav Jung. Toen ik een jaar of 25 was, las ik zijn boeken al. Nou ja, las… vanuit de bibliotheek, want om nu op die leeftijd meteen een eigen Jung-verzameling aan te schaffen, ging me wat ver. Bovendien had ik toen waarschijnlijk nog geen flauw idee wat ik precies aan het lezen was.
Mijn belangstelling voor Jung werd overigens op een nogal onwaarschijnlijke manier aangewakkerd. Ik was in die tijd namelijk een fervent fan van The Police. En met Synchronicity scoorde de band natuurlijk hoog. Dus wilde ik weleens weten wat mijn eeuwige sexy held Sting daar toch allemaal mee probeerde te vertellen.
Begreep ik het ook allemaal?
Eh… nee.
Tussen neus en lippen door werd me heus wel het een en ander duidelijk, maar om Jung echt te doorgronden, bleek er toch wat meer nodig dan een beetje enthousiast bladeren in de bibliotheek. Zijn ideeën over het onbewuste, archetypen, dromen en synchroniciteit waren behoorlijk zware kost voor een 25-jarige die eigenlijk vooral wilde weten waarom Sting zo verschrikkelijk interessant over dat begrip zong.
Maar de fascinatie bleef.
En nu, zoveel jaren later, kreeg ik van mijn buuvje – die helaas naar Lelystad is verhuisd – min of meer onbewust een boek aangereikt dat precies in dat oude Jungiaanse laatje lijkt te passen: Schaduwgoud van Ingeborg Beuzel.
Tja.
Dat is dus synchroniciteit.
Blijkbaar zitten wij, ondanks de geografische afstand tussen Haarlem en Lelystad, nog altijd op hetzelfde energetische kanaal te trillen. En dat terwijl we daar niet eens samen voor hebben afgesproken. Je zou bijna denken dat Jung ergens gniffelend in een hoekje zit mee te luisteren.
En eigenlijk is dit niet de eerste keer dat mij zo’n boek wordt aangereikt.
Jaren geleden kwam De Celestijnse Belofte zo ook op mijn pad. Ook zo’n boek dat me waanzinnig intrigeerde en waar ik vervolgens weer een hele tijd op kon voortborduren.
Want misschien is dat uiteindelijk wel wat een goed boek voor mij betekent.
Geen boek dat ik uitlees, dichtklap en vervolgens keurig in de boekenkast zet om er nooit meer naar om te kijken. Nee, eerder een soort handleiding. Een boek dat een deur opent naar iets waar ik verder over kan nadenken, waar ik mezelf in kan herkennen of juist totaal niet, en waarmee ik weer een stukje verder kan zoeken naar zingeving.
En als dat zoeken vervolgens een paar jaar duurt, vind ik dat helemaal niet erg.
Ik heb de tijd.
Volgens de recensies leest Schaduwgoud als een roman, maar neemt het je tegelijkertijd mee op een boeiende reis naar binnen én naar buiten. Precies het soort boek waar mijn nieuwsgierigheid onmiddellijk van begint te steigeren.
Dus heb ik eindelijk de stoute schoenen aangetrokken en het boek besteld.
Morgen wordt het bezorgd.
En ik kan alvast niet wachten.
Of ik het deze keer allemaal ga begrijpen?
Dat zien we dan wel weer.
Misschien moet ik gewoon beginnen met lezen en erop vertrouwen dat de synchroniciteit de rest doet.
En daarna?
Dan vibreren we gewoon weer een paar jaar verder.
Tot het volgende interessante boek zich aandient…